DE FINANCIELE BEGRIPPENLIJST | A TOT Z | ALFABETISCHE VOLGORDE


AAN

De term aan wordt gebruikt tijdens het journaliseren van posten. Het geeft de creditboeking aan die in het grootboek moet worden opgenomen. Denk hierbij aan - aan bank -, aan kas - of aan ob (omzetbelasting).

AANDEELHOUDERSOVEREENKOMST

De aftrekbare schulden in box 3 is het saldo schulden na aftrek van het drempelbedrag schulden.

AANDELEN

Aandelen zijn bewijzen die recht geven op een deel van een onderneming en van de winst. De vergoeding voor deze riscodragende deelname in een bedrijf gebeurt in de vorm van dividend.

AANMERKELIJK BELANG

Er is sprake van een aanmerkelijk belang waarneer je eventueel samen met jouw partner meer dan 5% in het aandelenkapitaal van een Nederlandse vennootschap bezit. Of meer dan 5% van de stemrechten bezit in een venootschap, zijnde een besloten vennootschap (BV) of een naamloze vennootschap (NV).

ACTIVA

Activa zijn de bezittingen van een onderneming die op de debetzijde van de balans zijn opgenomen.

ACQUISITIE

Het actief werven van klanten wordt acquisitie genoemd. Er kan sprake zijn van koude of van warme acquisitie.

AFTREKBARE SCHULDEN

De aftrekbare schulden in box 3 is het saldo schulden na aftrek van het drempelbedrag schulden.

AGIO

Agio is het overschot op de waarde van de aandelen van een onderneming. Een belegger betaalt in zo'n geval meer dan de nominale waarde van het aandeel.

A-LOCATIE

Een A-locatie is een plek waar een winkel, kantoor of bedrijf veel publiek trekt. Dit kan een plek zijn waar veel mensen langslopen of voorbij rijden. Denk bijvoorbeeld aan een McDonalds langs de snelweg.

ANSOFF-MODEL

Het opstellen van het Ansoff-model geeft inzicht in vier groeistrategieën. Namelijk marktpenetratie, marktontwikkeling, productontwikkeling en diversificatie. Het model is te gebruiken bij het formuleren van een groeistrategie.

ARBEIDSOVEREENKOMST

Een overeenkomst tussen een werkgever en werknemer. Zie ook wet- en regelgeving (BW) voor de juridische kwalificatie van de arbeidsovereenkomst.

ARBODIENST

De arbodienst neemt de uitvoering van de ziektewet over van een onderneming. Denk hierbij aan de ziektemelding doorgeven, de controle en de administratieve verplichtingen die hieruit voortvloeien.

BALANS

Een balans van een onderneming geeft een positie weer van de balansposten op een bepaald moment. Meestal is dit aan het einde van het jaar waarneer in elk geval een balans wordt opgemaakt en eventueel wordt gepucliceerd.

BANKTEGOEDEN

Banktegoeden in box 3 zijn alle vermogensbestanddelen die geen beleggingen of andere bezittingen zijn en worden belast met een lager belastingtarief dan de beleggingen en andere bezittingen.

BCG-matrix

De BCG-matrix van de Boston Consulting group is een model dat inzicht geeft in het productportfolio en de te verwachten cashflow.

BEDRIJFSKOSTEN

Onder bedrijfskosten worden alle kosten verstaan die gepaard gaan met het voortbrengen van een product of dienst door een bedrijf.

BEDRIJFSLEVEN

Wanneer men spreekt over het bedrijfsleven wordt een abstacte vorm van alle bedrijven en ondernemingen bedoeld die binnen het refentiekader vallen van dat moment. Dit kan dus bijvoorbeeld het bedrijfsleven in de randstad zijn.

BEDRIJFSRESULTAAT

Het bedrijfsresultaat is de netto-omzet verminderd met de bedrijfskosten.

BELEGGINGEN EN ANDERE BEZITTINGEN

Het gaat hier om aandelen, obligaties, winstbewijzen, opties, effecten, cryptovaluta en overige beleggingen plus overige bezittingen.

BEROEPSGOEDERENVERVOER

Het beroepsgoederenvervoer wordt gezien als het geheel aan ondernemingen inclusief personeel binnen de sector transport logistiek die zich inzetten om goederen te vervoeren van plaats A naar plaats B.

BETALINGSKORTING

Een betalingskorting is een klein bedrag dat je als debiteur van een openstaande factuur mag aftrekken. Als klant word je op die manier geprikkeld om het factuurbedrag sneller te voldoen. Het gaat meestal om een of enkele procenten.

BIBOB

Een bibob-onderzoek is een onderzoek dat wordt uitgevoerd in opdracht van bijvoorbeeld de gemeente naar strafbare feiten of andere belemmeringen voor het krijgen van een vergunning. Je kunt hierbij denken om een exploitatievergunning voor een horecagelegenheid in het centrum van de stad.

BOEKHOUDEN

Boekhouden is het (online-) verwerken van boekstukken in een boekhouding. Tegenwoordig gebeurt het vrijwel altijd online. Daardoor is het gemakkelijker geworden om de boekhouding van een bedrijf te doen. Er zijn namelijk veel geautomatiseerde controle's ingebouwd die het risico op fouten drastisch verminderen.

BOEKHOUDKANTOOR

Een boekhoudkantoor is een kantoor op een fysieke locatie waar voor klanten de boekhouding wordt verzorgd. Soms gebruikt een boekhoudkantoor het woord in hun domeinnaam op het internet. In dat geval is het een online omgeving.

BONUS

Een bonus is een vergoeding voor een extra grote prestatie. Denk hierbij aan het behalen van de omzetnorm. Tot aan die norm ontvang je provisie en daarna ontvang je provisie plus een extra vergoeding. Een bonus kan in cash worden uitgekeerd maar is vaak ook een vergoeding in natura om de medewerken nog meer te prikkelen om zijn best te doen.

BRANCHE

Een branche lijkt op een sector. Maar bij een branche is vaak sprake van gelijksoortige producten en diensten van een classifactie door de overheid en een overkoepelde vereniging. Denk hierbij aan de autobranche die door diverse instanties en verenigingen wordt gecontroleerd om zodoende een hoge mate van kwaliteit te kunnen garanderen.

BRUTO

Het brutobedrag is het bedrag voordat er kosten vanaf worden getrokken. Het brutoloon is bijvoorbeeld het loon voordat het is verminderd met de pensioenpremie, werknemerspremies en loonbelasting. Zie ook bruto-omzet.

BRUTO-OMZET

De bruto-omzet is de afzet vermenigvuldigd met de verkoopprijs exclusief omzetbelasting. Zie ook netto-omzet.

BTW-VERLEGD

Met BTW-verlegd wordt bedoeld dat de afdracht van de afrekening omzetbelasting wordt verlegd naar de onderaannemer. Bij BTW-verlegd mag er geen omzetbelasting in rekening worden gebracht maar ook niet vermeld worden op de factuur.

BULK

Bulk duidt op een grote hoeveelheid. Bulkgoederen kunnen bijvoorbeeld graan of suiker zijn die in grote hoeveelheden worden opgeslagen of vervoerd. Zie ook bulkkorting.

BULKKORTING

Een korting die vaak tijdens het inkopen wordt gegeven. Meestal gaat het om een fabrikant of een groothandelaar en een detailhanderlaar die bij elkaar inkopen doen. Hoe meer er wordt besteld hoe hoger het kortingspercentage.

CASHFLOW

De cashflow is de hoeveelheid geld dat binnenkomt en gebruikt kan worden om de dagelijkse uitgaven te kunnen betalen. Voldoende cashflow genereren is daarom heel belangrijk.

COGNITIEVE DISONATIE

Na de aankoop van een duur product kan er bij de klant een psychologisch effect optreden dat ook wel cognitieve dissonantie wordt genoemd. Deze cognitieve dissonantie staat ook wel bekend als koopspijt. De klant twijfelt of de aankoop wel juist is geweest. Had ik het product goedkoper kunnen krijgen? Of ergens anders met een hogere kwaliteit? De klant zoekt bevestiging voor de juistheid van de aankoop. Het betekent niet direct dat de klant het product niet meer wil hebben.

CONCULLEGA

Een concullega is een concurrent. De uitdrukking geeft aan dat er weinig sprake is van vijandigheid.

CONSTANTE KOSTEN

Constante kosten zijn kosten die niet meebewegen met het productievolume. De kosten blijven hetzelfde wanneer de productieaantallen bijvoorbeeld 1000 stuks zijn of 100.000 stuks zijn. Denk hierbij aan de huurkosten van het pand waar de producten worden gemaakt. Ze bewegen in principe niet mee. Neemt echter het volume sterk af op toe dan kan het zijn dat ook de constante kosten stapsgewijs af- of toenemen.

CONTANTE VERKOOP

Wanneer een klant een product of dienst afneemt bij een ondernemer en deze aankoop direct contant afrekent dan spreek je van een contante verkoop.

CONVERSIE

Conversie is een sales- annex marketingterm. Het duidt op het aantal verkopen die plaatsvinden in tegenstelling tot het aantal pogingen om iets te verkopen. Een conversie van 3% wil zeggen dat uit honderd verkooppogingen slechts 3 daadwerkelijke verkopen hebben plaatsgevonden.

CROMPOUCE

Ulrika Menin uit Utrecht vond in het jaar 2020 de crompouce uit, een combinatie van een croissant en een tompouce. Omdat dit tijdens de coronaperiode was, werd het vrijwel onmiddellijk een enorme hype. Inmiddels is het juridisch beschermd.

CREDIT

De term credit kan diverse betekenissen hebben maar meestal wordt bedoeld dat er tegenboeking wordt gemaakt. Zie ook tegenboeken.

CREDITEREN

Crediteren gebeurt wanneer een debiteur het oneens is met de ontvangen factuur. De redenen daarvoor kunnen divers zijn. Er wordt in zo'n geval een creditnota opgemaakt. In het dagboek wordt de post tegengeboekt. Zie ook tegenboeken.

CREDITZIJDE

Creditzijde verwijst naar de balans van een bedrijf. De creditzijde van een balans is de rechterkant van een balans in scrontovorm. Aan de creditzijde van de balans vind je de passiva. Zie ook debetzijde.

CUMULATIEF

Cumulatief wil zeggen een optelling van cijfers of bedragen tot een totaalbedrag. Vaak gaat het dan over een bepaalde periode, zoals een maand, kwartaal of een jaar. Een bekend voorbeeld is het cumulatieve bedrag aan loonheffing onderaan een loonstrook. Dit loopt op tot twaalf maanden en begint in januari weer opnieuw.

DEBETZIJDE

Debetzijde verwijst naar de balans van een bedrijf. De debetzijde van een balans is de linkerkant van een balans in scrontovorm. Aan de debetzijde van de balans vind je de activa. Zie ook creditzijde.

DEMOGRAFISCHE GEGEVENS

Demografische gegevens of kenmerken zeggen iets over leeftijd, geslacht, burgelijke staat, inkomen, beroep en opleidingsniveau van een persoon. Deze gegevens worden meestal gebruikt tijdens een enquête.

DETAILHANDELAAR of DETAILLIST

Een detailhandelaar koopt over het algemeen zijn goederen in bij een groothandel. Vervolgens stalt de detailhandelaar de goederen mooi uit in zijn winkel zodat consumenten deze producten kunnen bekijken en kopen.

DISTRIBUTIE

Distribueren is het verspreiden van goederen naar de eindafnemer. De goederen die na productie zijn verzameld in het distibutiecentrum worden zo snel mogelijk geleverd aan de klant.

DIVERSIFICATIE

Diversificatie houdt in dat je met nieuwe producten of diensten nieuwe markten betreedt.

DIVIDEND

Een dividenduitkering ontvang je voor deelname in het kapitaaldragend vermogen van een onderneming. Je bezit een aandeel waarop periodiek dividend wordt uitgekeerd. Dividend wordt over het algemeen contant uitgekeerd maar het kan ook in de vorm van stock zijn.

DROPSHIPPING

Dropshipping is een verkoopmethode waarbij goederen pas worden aangekocht door de verkoper nadat de bestelling geplaatst is. Vervolgens gaat het product direct naar de klant en niet eerst naar de verkoper.

ECONOMISCHE VERKEER

Deelnemen aan het economische verkeer wil zeggen dat je producten of diensten verkoopt aan anderen dan voor jou bevriende relaties. Zoals familieleden, kennissen of bijvoorbeeld de buren.

EENMANSZAAK

Een eenmanszaak is een rechtsvorm. Net zoals bijvoorbeeld een besloten vennootschap (BV) en een vereniging rechtspersonen zijn. Een eenmanszaak geeft weinig financiële bescherming aan de eigenaar. De eigenaar is namelijk hoofdelijk aansprakelijk voor eventuele verliezen of een faillissement.

EMBALLAGE

Is in feite al het verpakkingsmateriaal dat nodig is om goederen door het logistieke proces te kunnen voeren. Dit is niet alleen papier, karton of plastic folie maar ook een houten pallet of een ijzeren rolcontainer.

EARLY ADOPTER

Een early adopter is een sales- en marketingterm. De term beschrijvt een klant die altijd vooraan staat om een nieuw product te kopen wanneer dat net op de markt is. Aan early adopters wordt vaak veel geld verdiend in tegenstelling tot klanten die lang wachten omdat dan de 'kinderziekten' uit het nieuwe product zijn.

FISCAAL PARTNERSCHAP

Het fiscaal partnerschap geeft de mogenlijkheid om vermogen onder partners te verdelen. Er is sprake van een fiscaal partnersschap vanaf het moment dat partners zijn getrouwd of een geregistreerd partnerschap zijn aangegaan.

FISCUS

Fiscus is een andere naam voor Belastingdienst. Het woord fiscus wordt heel vaak voor het aanduiden van deze overheidsorganisatie gebruikt.

FUNCTIESCHEIDING

Functiescheiding betreft een aantal maatregelen die moeten verkomen dat er geld of goederen verdwijnen. Door het scheidingen van verantwoordelijkheden ontstaat er een proces waarbij diefstal of fraude wordt bemoeilijkt. Wanneer er bijvoorbeeld een factuur binnenkomt is er een persoon die controleert of de factuur klopt, terwijl er een tweede persoon is die opdracht geeft tot het betalen van de factuur en er tenslotte een derde persoon is die alleen maar betalingen mag uitvoeren.

GOEDEREN

Goederen is een verzamelnaam voor producten. Deze producten kunnen ingekocht zijn maar ook zelf gefabriceerd. De klant die deze goederen afneemt kan een consument zijn maar dat hoeft niet.

GRENSARBEIDER

Een grensarbeider is iemand die in Nederland woont maar in België of in Duitsland werkt.

GROOTBOEK

Het grootboek is een verslag van alle journaalposten die dienen als opmaak van de verschillende grootboekrekeningen. Zie ook journaalpost.

GROOTHANDELAAR of GROOTHANDEL

Een groothandelaar koopt over het algemeen zijn goederen in bij de fabrikant. Vervolgens verpakt de groothandelaar deze goederen om ze vervolgens aan detailhandelaren te verkopen.

GROS

Een gros is twaalf dozijn. Een getal van 144 stuks. Twaalf keer twaalf is 144 en wordt een gros genoemd.

HOMOGENE PRODUCTEN

Homogene producten zijn producten die niet onderscheidende eigenschappen bezitten. Denk hierbij aan graan, olie, of cacao.

INBOEKEN

Met inboeken wordt bedoeld financiële gebeurtenissen vermelden in de dagboeken of in de grootboekadministratie van een onderneming.

INHOUDINGEN

Het geld dat wordt gereserveerd voor pensioenpremie, premies werknemersverzekeringen en / of loonbelasting wordt aangeduid met inhoudingen. Het zijn inhoudingen op het loon van een werknemer die op een later tijdstip worden afgedragen aan de betreffende instanties zoals het pensioenfonds, het UWV en de Belastingdienst.

INKOMEN

Met inkomen kan het salaris dat een werknemer verdient bedoeld worden. Maar ook een ondernemer verdient een inkomen. Het is een vergoeding voor geleverde arbeid of kapitaal. Fiscaal wordt het dan het verzamelinkomen genoemd waarover nog belasting moet worden betaald.

INKOOP

Inkoop of inkopen gebeurt door een persoon of bedrijf wanneer er nieuwe grondstoffen, halffabrikaten, producten of diensten nodig zijn. Bij inkoop is vaak een inkoopafdeling betrokken en het kan gaan om eindproducten of diensten voor eigen gebruik, maar vaker gaat het om handelsproducten die eventueel na een bewerking worden doorverkocht. Een webshop koopt bijvoorbeeld producten in om de voorraad aan te vullen.

JAARREKENING

Een jaarrekening is een financieel verslag van de winst- en verliesrekening en de balans met toelichting van een bedrijf. Een jaarrekening wordt opgemaakt aan het einde van het boekjaar.

JOURNAALPOST

Een journaalpost is een boeking met een debet- en creditzijde die in evenwicht is en dient voor een juiste opmaak van het grootboek.

KASGELD

Het kasgeld is het geld dat in contante wordt aangehouden en op de grootboekrekening kas wordt verantwoord.

KAPITAAL

Het kapitaal van een onderneming staat op de creditzijde van de balans vermeld. Het wordt gebruikt om de debetzijde van de balans te financieren.

KAPITAALGOED

Een kapitaalgoed is een productiemiddel binnen een onderneming. Dit productiemiddel wordt ingezet voor het vervaardigen van producten of het kunnen verlenen van diensten. Dit kan dus een machine zijn om dozen mee te maken of een auto om klanten mee te kunnen bezoeken.

KASOPMAAK

Het opmaken van de kas, ook wel kasopmaak genoemd, gebeurt aan het einde van een werkdag waarbij er een aantal standaard handelingen worden uitgevoerd. Het opmaken van de kas doe je in principe samen met iemand anders. Vaak is dit een winkelmanager.

KASVERSCHIL

Wanneer tijdens het opmaken van de kas of na een kascontrole blijkt dat er teveel of te weinig geld in kas zit dan spreek je van een kasverschil. Het aanwezige geld in de kas wordt hierbij vergeleken met de hoeveelheid geld er daadwerkelijk in kas zou moeten zitten op basis van alle in- en uitgaven.

KOOPSIGNALEN

Koopsignalen zijn vragen die een potentiële klant stelt, waaraan de verkoper kan afleiden dat er interesse of verlangen is bij de klant om over te gaan tot een aankoop van het aangeboden product of dienst.

VERLOFDAGEN

Verlofdagen zijn dagen die een werknemer vrij kan nemen. Een werknemer ontvangt minimaal vijfentwintig verlofdagen per jaar bij een dienstverband van 38 of 40-uur. In de CAO kan zijn geregeld dat er extra verlofdagen zijn.

KOSTENPLAATS

Een kostenplaats is een fictieve plek in fabrieksboekhouding waar kosten worden opgeboekt die verband houden met een bepaald stadium in het productieproces. Denk hierbij bijvoorbeeld aan de voorraad halffabrikaten die gegroepeerd worden op een kostplaatsrekening.

KRITISCHE PUNT

Het kritische punt, ook wel rentabiliteitsdrempel genoemd, vind je door de rentabiliteit of het break-even-point van een investering te berekenen. Het punt waar de opbrengsten gelijk zijn aan de kosten wordt het kritische punt genoemd. Er wordt op dat punt geen winst gemaakt maar ook geen verlies.

KRUISPOSTEN

De kruisposten is een grootboekrekening waar door middel van een journaalpost tijdelijk geld onderweg wordt geparkeerd. De kruispostrekening is altijd in balans en de boeking wordt opgeheven zodra het geld aan is gekomen op een andere bestemming. Denk hierbij aan het kasgeld dat in de avond wordt afgestort en de volgende dag op de bankrekening wordt bijgeschreven. Zie ook tegenboeken.

KWANTUMKORTING

Een korting die vaak tijdens het inkopen wordt gegeven. Dit kan bij particulieren zijn maar meestal gaat het om een fabrikant of een groothandelaar en een detailhanderlaar. Hoe meer er wordt besteld hoe hoger het kortingspercentage.

LEASING

Leasing is het in gebruik nemen van een kapitaalgoed waarvoor een periodieke betaling wordt gedaan. Het kapitaalgoed kan van alles zijn. Vaak gaat om een machine of een voertuig maar dat hoeft niet per se. Er kan sprake zijn van operationele leasing en van financial leasing.

LEI-REGISTER

In het LEI-register van de Kamer van Koophandel is te raadplegen door financiële instellingen met behulp van een code om toezicht te kunnen houden op financiële transacties wereldwijd. Denk hierbij bijvoorbeeld om witwassen tegen te gaan.

LIQUIDE MIDDELEN

Liquide middelen zijn de in een bedrijf aanwezig zijnde geldmiddelen. Denk aan het saldo op de lopende rekening, het kasgeld, saldi op spaarrekeningen of direct opeisbare deposito's.

LIQUIDITEIT

Liquiditeit verwijst naar de mate van direct beschikbare geldmiddelen binnen een bedrijf om daarmee te kunnen voldoen aan kortlopende verplichtingen. Er moet periodiek genoeg geld aanwezig zijn om bijvoorbeeld de crediteuren of het personeel te kunnen betalen. Een gebrek aan liquiditeit kan voor problemen zorgen en leiden tot betalingsachterstand of zelfs wanbetaling. Zie ook liquide middelen.

LOGISTIEK

Bestaat uit alle handelingn om een goederenstroom te beheersen. Denk hierbij aan plannen, organiseren, opslaan, bewaken, verpakken, verzenden en vervoeren.

LOODS

Een loods is een opslagplaats voor grondstoffen, goederen of bijvoorbeeld voertuigen. Een loods duidt vaak op een grote hal die een opslagfunctie heeft.

LOONHEFFINGEN

Loonheffingen staat voor de inhoudingen werknemerspremies ZW, WW en WIA en de loonbelasting. Loonheffingen worden berekent over het loon Sociale Verzekeringen en het Loon voor Loonheffingen en worden in mindering gebracht op het brutoloon van een werknemer.

LOONSTROOK

Een loonstrook is de specificatie die een werknemer ontvangt naar aanleiding van een loonbetaling. In principe moet er minimaal een loonstrook worden verstrekt. Maar ook bij elke wijziging van het loon of salaris.

MAGAZIJN

In het magazijn van een bedrijf worden goederen opgeslagen. Dit kan het gereed product zijn maar dat hoeft niet. Ook grondstoffen en halffabrikaten worden vaak in een magazijn bewaard.

MARGEREGELING

De margeregeling die is opgenomen in de Wet op de Omzetbelasting 1968 betreft handelaren in tweedehandsgoederen. Denk hierbij aan autohandelaren die tweedehands auto's verkopen aan particulieren. De BTW die afgedragen moet worden aan de Belastingdienst wordt berekend door het percentage toe te passen op de marge. Het verschil tussen verkoop en inkoop.

MARKETINGMIX

Met de marketingmix wordt een samenstelling bedoeld van diverse marketinginstrumenten. Het klassieke model bestaat uit vier elementen, product, prijs, plaats en promotie. Tegenwoordig zijn er veel meer P's die in de mix betrokken worden.

MARKETINGPLAN

Een marketingplan is een compleet document waarin een route voor de aankomende één tot drie wordt uitgezet met als doel producten of diensten te verkopen. Het plan omvat een beschrijving van de doelgroep en hoe deze doelgroep moet worden benaderd. Het plan bevat concrete doelstellingen en activiteiten.

MARKTMANIPULATIE

Een bepaalde markt manipuleren is niet toegestaan. Denk hierbij bijvoorbeeld aan prijsafspraken tussen verschillende leveranciers. Ben je van mening dat er sprake is van marktmanipulatie dan kun je hiervoor een melding maken bij de Autoriteit Financiële Markten (AFM).

MEDEWERKER

Een medewerker is een personeelslid van een onderneming, bedrijf of een (semi-) overheidsorganisatie. De medewerker is in dienst bij een bedrijf. Vaak op basis van een arbeidsovereenkomst.

METEND REKENEN

Binnen de meetkunde draait het bij metend rekenen vooral om tellen en meten van afstanden, oppervlakten en inhoud.

MODELOVEREENKOMST

Een modelovereenkomst is een standaard overeenkomst die door de Belastingdienst gezien wordt als kwalificatie van een arbeidsrelatie. Vul de modelovereenkomst naar waarheid in en vooraf is bekend of de relatie tussen jou en de opdrachtgever wordt gezien als zelfstandig ondernemersschap of bijvoorbeeld een dienstbetrekking. Alleen bij opzettelijke misleiding kan achteraf een correctie plaatsvinden.

MONOPOLIE

Een monopolie houdt in dat je als enige een product of een dienst voortbrengt. Er zijn letterlijk geen concurrenten. Hierdoor kunnen de winstmarges extreem hoog zijn.

NETTOLOON

Het nettoloon ontvangt een werknemer op zijn of haar bankrekening. Het is het brutoloon verminderd met alle inhoudingen. Zie ook inhoudingen.

NETTO-OMZET

De netto-omzet is de bruto-omzet verminderd met retourgestuurde producten, uitbetaalde schade en/of betalingskortingen. Zie ook bruto-omzet.

OLIGOPOLIE

Bij een oligopolie is er sprake van een markt met slechts enkele aanbieders. Als deze aanbieders de markt ook onderling verdelen en beschermen kunnen er hoge prijzen ontstaan.

OMSLAGPUNT

Het omslagpunt, ook wel kritische punt of rentabiliteitsdrempel genoemd, vind je door de rentabiliteit of het break-even-point van een investering te berekenen. Het punt waar de opbrengsten gelijk zijn aan de kosten wordt het omslagpunt genoemd. Er wordt op dat punt geen winst gemaakt, maar ook geen verlies.

OMZET

Omzet is verkoopprijs (p) maal afzet (q). De omzet is wat je verdient als je producten of diensten verkoopt. De omzet wordt eventueel verlaagt door de kosten van kortingen, retouren of schade aan producten.

ONBELAST

Onbelast betekent dat er geen belasting of andere heffing over wordt berekend. Onbelaste loonbestandelen zijn bijvoorbeeld onkostenvergoedingen die vrijgesteld zijn van belastingheffing.

ONDERNEMER

Een ondernemer is een zelfstandige, dus niet in loondienst, die voor eigen risico en resultaat een onderneming drijft.

ONKOSTEN

Onkosten zijn gespecificeerde kosten die gemaakt worden om een doel te bereiken. Zoals een accountmanager reiskosten moet maken om een nieuwe klant of omzet binnen te halen. Tegenover onkosten staat vaak een vergoeding.

ORDERPICKEN

Het verzamelen van bestelde producten in het magazijn van een bedrijf. Door een medewerker of een robot op basis van een lijst.

OUTBOUND BELLEN

Onder outbound bellen wordt het 'naar buiten' bellen verstaan. Het draait dus om telefoongesprekken die worden aangegaan met mensen door hen op te bellen. In tegenstelling tot inbound bellen. Inbound bellen gaat uitsluitend om inkomende telefoongesprekken.

PAKBON

Een pakbon een is een overzicht van de verzamelde producten die worden geleverd aan een klant. De klant kan hiermee de te ontvangen goederen controleren. Dit is belangrijk want als er goederen missen die wel op de pakbon staan wordt het lastig aantonen dat ze niet zijn geleverd. De pakbon controleer je dus altijd goed. De pakbon is geen factuur. De factuur ontvangt de klant seperaat.

PASSIVA

De passiva is de creditzijde van de balans.

PLANNEN

Het systematisch voorbereiden van activiteiten die vervolgens volgens plan moeten worden uitgevoerd. Plannen gebeurt veel in het bedrijfsleven. Bijvoorbeeld bij een transportonderneming of een bouwonderneming. Zonder een degelijke planning wordt de uitvoering hoogstwaarschijnlijk een chaos.

PREMIE

Je betaalt premie om je in het geval van schade schadeloos te kunnen laten stellen. Zoals een verzekeringspremie. Maar ook de werknemersverzekeringen die worden ingehouden op het loon stellen gedeeltelijk schadeloos. De premie Werkloosheidswet keert uit als iemand werkloos wordt en aan de voorwaarden voldoet.

PRIJSELASTICITEIT VAN DE VRAAG

De prijselasticiteit van de vraag wordt uitgedrukt in een procentuele verandering van de afzet op basis van de oude en de nieuwe prijs. Het gaat hierbij om producten of diensten die prijsgevoelig zijn. De prijzen van producten of diensten kunnen ook inelastisch zijn. De afzet is dan niet of nauwelijks gevoelig voor prijsverandering.

PRODUCT-ANALYSE

De product-analyse gaat over product-marktcombinaties en hun succes in de markt. Tijdens deze analyse wordt vanuit verschillende hoeken gekeken naar de producten of de productgroepen. De feedback kan bijdragen aan de productontwikkeling.

PRODUCT-MARKTCOMBINATIE

De product-marktcombinatie kan gezien worden als een relatie tussen een bepaald product en de bijbehorende markt. Het is hierbij bekend welke groep afnemers (de markt) voor dit product kiest. Hierdoor kan de marketing richting deze groep afnemers zeer effectief ingevuld worden.

PROSPECT

Een prospect is een potentiële nieuwe klant. Een prospect heeft vaak tijd en aandacht nodig om daadwerkelijk een klant te worden.

RATIO

Een ratio of een kengetal is een berekening van een verhoudingsgetal. Denk hierbij bijvoorbeeld aan de verhouding tussen de vlottende activa en de vlottende passiva. De hoogte van een ratio kan veel sneller inzicht geven in een bepaalde financiële positie dan zo op het oog te zien is. Een quick ratio van 1 of hoger laat bijvoorbeeld zien dat er voldoende liquiditeit in een bedrijf is. Terwijl een uitkomst lager dan 1 duidt op een tekort en mogelijke liquiditeitsproblemen in de nabije toekomst.

REKENING COURANT KREDIET

Een rekening courant krediet is een lening die een ondernemer aangaat met een bank om voornamelijk het werkkapitaal te kunnen blijven financieren. Je kunt er tot een bepaald limiet geld opnemen en terugstorten.

REKENINGSCHEMA

Boekhouden gebeurt op basis van een gestructureerde indeling van het grootboek. De grootboekrekeningen kunnen eenvoudig worden herkend op grond van een nummer dat bij een rubriek hoort. Zo beginnen rekeningnummers van kostenrekeningen met een 4. En beginnen grootboekrekeningen voor kas of bank meestal met een 1. Enzovoort. De indeling van het rekeningschema geeft houvast wanneer je mutaties gaat inboeken.

RENTABILITEITSDREMPEL

De rentabiliteitsdrempel, ook wel kritische punt of break-even-punt genoemd, vind je door de rentabiliteit of het break-even-point van een investering te berekenen. Het punt waar de opbrengsten gelijk zijn aan de kosten wordt de rentabiliteitsdrempel genoemd. Er wordt op dat punt geen winst gemaakt, maar ook geen verlies.

RESERVES

De reserves staan vermeld op de balans van een onderneming en ze reserveren over het algemeen geld met een bepaalde bestemming. Denk hierbij aan de herinvesteringsreserve van een ondernmeming maar ook een winstreserve is een reserve.

RUIMTEFIGUREN

De ruimtefiguren zijn meetkundige vormen in drie dimensies. Er is sprake van een lengte, een breedte en een hoogte. De meest bekende ruimtefiguren zijn: de cilinder, de bol, de kubus, de balk, de piramide en de kegel.

RITTENREGISTRATIE

Een rittenregistratie is een verslag van de gereden routes, bezoekadressen en afgelegde kilometers die werknemers in opdracht van hun werkgever moeten bijhouden. Dit kan een fiscaal uitgangspunt hebben waarmee de werknemer in kwestie een bijtelling op zijn salaris voorkomt en daardoor netto meer over te houden aan het einde van de maand. Maar het kan ook een geheel andere aanleiding hebben. Denk hierbij aan bijvoorbeeld het bijhouden van een rittenregistratie zodat de gewerkte tijden van de werknemer in kwestie eenvoudig gecontroleerd kunnen worden door de werkgever of de afdeling Human Resources (HR). Een rittenregistratie bijhouden kan arbeidsintensief zijn als je elke rit moet opschrijven. Daarom zijn er ook rittenregistratie die geautomiseerd plaatsvinden en de werknemer hier niet of nauwelijks op hoeft te letten.

SALARIS

Salaris is de vergoeding die een werknemer ontvangt voor geleverde arbeid. Er is sprake van een bruto salaris en een netto salaris. Vaak aangeduid als bruto- en nettoloon.

SALDO

Met saldo wordt een overschot tussen inkomsten en uitgaven bedoeld. Saldi is het meervoud van saldo. Dit saldo kan op een bankrekening staan maar kan ook bijvoorbeeld verwijzen naar een grootboekrekening in de financiële administratie. Een positief saldo tussen opbrengsten en kosten noemen we winst.

SCHIJNZELFSTANDIGHEID

Schijnzelfstandigheid is een vorm van arbeid waarbij de opdrachtgever de schijn wekt een zelfstandig ondernemer aan werk te helpen maar waarbij er feitelijk sprake is van een fictieve dienstbetrekking omdat de arbeidsverhouding niet kwalificeert als zelfstandig ondernemersschap. Soms kan dit opzettelijk gebeuren maar dat hoeft niet. Overduidelijke schijnzelfstandigheid gaat vaak ook gepaard met uitbuiting.

SCHULDEN

Schulden zijn vorderingen die andere op jouw hebben. Het gaat hierbij om geldbedragen die je nog moet voldoen.

SECTOR

Een sector is een verzameling van bedrijven of organisatie's die gelijke kenmerken hebben. Zo is er bijvoorbeeld de zorgsector met bedrijven en instellingen die zorgverlenen. Maar ook de technieksector of de bankensector.

STAKEHOLDERS

De stakeholders van een bedrijf, een onderneming of een organisatie zijn alle belanghebbende die op enige manier betrokken willen worden bij bedrijfsvoering.

STAPELKORTING of STAFFELKORTING

Een korting die tijdens het inkopen wordt gegeven. Bijvoorbeeld als een groothandelaar inkoopt bij een fabrikant. Maar ook als een detailhanderlaar inkoopt bij een groothandelaar. Hoe meer er wordt besteld hoe hoger het kortingspercentage.

STRATEGIEMODELLEN

Strategiemodellen zijn raamwerken die organisatie's en bedrijven kunnen gebruiken om inzicht te krijgen in de concurrentie, markten, doelgroepen, interne en externe kans en bedreigingen, en interne zwakke en sterke punten. Aan de hand van een model is gemakkerliiker om een langetermijnvisie op te stellen, en voordeel ten opzichte van concurrenten te bereiken.

SUBSTITUTEN

Wanneer we spreken over subsituten bedoelen we hiermee producten die andere producten in hun functie kunnen vervangen. Een subsituut kan daardoor een belangrijk concurrerend product zijn. Als je bijvoorbeeld zin hebt in een candybar maar jouw favoriete merk niet beschikbaar is. Dan kun je ook kiezen voor ander soortgelijk snoepgoed.

SUPPLY CHAIN

De supply chain houdt binnen de logistiek de weg in dat een grondstof of een halffabrikaat aflegt totdat het eindproduct de productieband verlaat. Denk bijvoorbeeld aan de productie van een uitlaat voor een auto die de fabrikant verlaat om vervolgens in een autofabriek onder een personenauto wordt gemonteerd. In combinatie met de supply chain wordt vaak ook de term JIT gebruikt. Zie hiervoor ook de afkorting JIT in de lijst met afkortingen.

SWOT-analyse

Een SWOT-analyse maken geeft inzicht in de strenght, weaknesses, opportunities en threats van bijvoorbeeld een bedrijf.

TARIEF

Met tarief wordt een bepaalde schaal bedoeld in een berekening. Tarief kan bijvoorbeeld duiden op het tarief in de inkomstenbelasting. Dit tarief is progressief van aard en loopt op naarmate er meer wordt verdiend. De belasting over de eerste schijf ligt meestal rond 36%, terwijl het hoogste tarief wel 50% kan bedragen.

TEGENBOEKEN

In een van de dagboeken kun je een eerdere boeking tegenboeken. Dit kan alleen als de post nog niet is afgeletterd. Je heft met een tegenboeking de oorspronkelijke boeking op. In de praktijk betekent dit dat je de oorspronkelijke journaalpost omkeert.

TEKORT

Een tekort is een negatief verschil tussen inkomsten en uitgaven. Boekhoudkundig betekent een tekort een negatief saldo uit opbrengsten minus kosten, verlies dus.

TERMIJNHANDEL

Termijnhandel is het kopen en verkopen van vaak homogene producten zoals granen, olie en dergelijke waarbij sprake is van levering op termijn. Om het risico op prijsdalingen te voorkomen verkoopt de fabrikant van deze homogene producten zijn voorraad al voordat hij die zelf in bezit heeft. Denk hierbij bijvoorbeeld aan koffiebonen die nog niet zijn geoogst.

TON

Een hoeveelheid van 1.000 kilo wordt vaak aangeduid met ton. Een ton goederen is dus 1.000 kilogram aan goederen. Wanneer met een ton een hoeveelheid geld wordt bedoeld dan spreken we van €100.000.

TRANSPORT

Transport wordt gezien als het geheel aan ondernemingen inclusief het personeel die zich inzetten voor het vervoeren van goederen van plaats A naar plaats B.

TRANSPORTONDERNEMER

Een transportondernemer is een ondernemer binnen de sector transport. Dit kan gaan om een kleine zelfstandige ondernemer (ZZP), een ondernemer in het midden- en kleinbedrijf of een grote onderneming met honderden of duizenden personeelsleden.

UBO-REGISTER

In het UBO-register van de Kamer van Koophandel worden uiteindelijk gezaghebbenden, ultimate benificial owner, ingeschreven van een rechtspersoon. Dit register is in het leven geroepen om juist die belanghebbenden in beeld te krijgen. De functies van het registeren zijn inzien, inschrijven, wijzigen en uitschrijven.

VACATURE

Een vacature is hetzelfde als een personeelsadvertentie, die in een krant, een tijdschrift of online wordt gepubliceerd, om daarmee nieuw personeel te werven. Reageren op een beschikbare vacature wordt solliciteren genoemd. Het meervoud van vacature vacatures.

VALUTARISICO

Valutarisico loop je bijvoorbeeld wanneer je producten op termijn koopt of verkoopt en de prijs al vastligt. Krijg je geleverd als de munteenheid is gedevalueerd dan is jouw opbrengst lager. Zie ook termijnhandel.

VARIABELE KOSTEN

Variabele kosten stijgen proportioneel mee met het productievolume. Denk aan grondstofkosten die in elk product worden verwerkt. In tegenstelling tot constante kosten die niet veranderen naarmate het volume af- of toeneemt.

VERANDERMANAGEMENT

Verandermanagement is het systematisch begeleiden en implementeren van veranderingen binnen een organisatie aan de hand specifieke technieken om weerstanden te verminderen. Zodat alle medewerkens zich gesteund en betrokken voelen tijdens het doorlopen van de transitie.

VERANDERMANAGEMENT MODEL

Een verandermanagement model is een model, werkwijze of stappenplan, voor het doorvoeren van een grote verandering binnen een organisatie. Het model is een belangrijk onderdeel binnen het verandermanagement vakgebied. Dit vakgebied kent eigen processen en regels om weerstanden tegen veranderingen te verminderen.

VERKOOPGESPREK

In een verkoopgesprek probeert de verkoper aan de hand van verschillende verkooptechnieken een potentiële klant te overtuigen om een bepaald product of een bepaalde dienst te kopen.

VERLOFDAGEN

Verlofdagen zijn dagen die een werknemer vrij kan nemen. Een werknemer ontvangt minimaal vijfentwintig verlofdagen per jaar bij een dienstverband van 38 of 40-uur. In de CAO kan zijn geregeld dat er extra verlofdagen zijn.

VERMOGENSRENDEMENTSHEFFING

Vermogengsrendementsheffing, of ook wel vermogensbelasting genoemd, is een belasting die wordt geheven over het inkomen in box 3.

VIES

De EU-zoekmachine om na te gaan of een bedrijf ingeschreven is om handel te drijven met andere bedrijven in andere EU-landen. De afkorting VIES staat voor: Systeem voor uitwisseling van btw-informatie.

VIJFKRACHTENMODEL VAN PORTER

Het vijfkrachten model dat door porter is bedacht is te gebruiken om de interne concurrentie te analyseren. Het gaat over de macht van leveranciers en afnemers. En over de dreiging van nieuwe toetreders op de markt en het aanbieden van substituten en / of complementaire producten. Neemt de macht toe of de dreigingen dan versterkt dat de interne concurrentie op de markt.

VLAKKE FIGUREN

De vlakke figuren zijn het vierkant, de rechthoek, de cirkel, de driehoek in diverse vormen, de ruit, het ovaal, het trapezium en het parallellogram. Het bepalen van de oppervlakten van deze figuren is onder andere belangrijk voor ondernemers die werk verrichten op basis van deze vlakke figuren. Denk hierbij aan schilders, tegelzetters en hoveniers.

VOORRAAD

Met voorraad wordt een verzameling producten bedoeld die beschikbaar zijn voor fabricage of verkoop. Denk hierbij aan de voorraad grondstoffen of de voorraad gereed product.

WACHTDAG

De wachtdag is een dag waarop je geen salaris krijgt uitbetaald als je ziek bent. Ben je bijvoorbeeld tien dagen ziek dan wordt de eerste dag niet uitbetaald en krijg je dus over slechts negen dagen salaris. Het is bedoeld om de prikkel bij een werknemer weg te nemen om zich ziek te melden terwijl hij of zij eigenlijk nog wel zou kunnen werken.

WANBETALING

Bij een wanbetaling is er sprake van het uitblijven van de betaling van een factuur. Bijvoorbeeld het niet tijdig betalen van een crediteur omdat er te weinig geld beschikbaar is. Een wanbetaling kan opzettelijk gebeuren maar dat hoeft niet. Vaak is er sprake van overmacht. De debiteur wil wel betalen, maar kan het niet.

WERELDINKOMEN

Onder wereldinkomen wordt het totale inkomen verstaan. Dit geldt dan specifiek voor het inkomen dat in Nederland genoten is, en voor het inkomen daarbuiten. Soms moet je, al dan niet samen met jouw partner, je wereldinkomen opgeven aan de Belastingdienst. De Belastingdienst stuurt je in zo'n geval het formulier 'Opgaaf wereldinkomen'.

WERK DOOR DERDEN

Onder werk door derden wordt een betaling verstaan aan een pesoon voor het verrichten van het werk zonder vast te stellen wie het precies is of in welke vorm deze persoon die werkzaamheden verricht. Een eenvoudig voorbeeld hiervan zou zijn dat jij als opdrachtgever akkoord gaat dat iemand jouw gazon mmaait. De persoon doet zijn werk in enkele uren en jij betaalt de afgesproken prijs. Dit bedrag geef je wel op als uitbetaling aan derden bij de Belastingdienst. Verder weet je niet veel van de betreffende man of vrouw.

WERKZAAMHEDEN VAN STOFFELIJKE AARD

Onder werkzaamheden van stoffelijke aard kun je rekenen alle producten die jezelf maakt of bewerkt. Het is dus tastbaar. In tegenstelling tot het verrichten van diensten die niet tastbaar zijn.

WINKELDOCHTERS

De term winkeldochters duidt op producten die onverkoopbaar blijken te zijn. De verkoper heeft deze producten ingekocht maar blijft er uiteindelijk mee zitten.

WINST

Winst is het verschil tussen omzet en kosten. Er zijn diverse soorten winst. Zo is er bijvoorbeeld brutowinst en nettowinst.

WISSELGELD

Het geld dat je na het afrekenen van een product of dienst, vaak in contante vorm, terugkrijgt noem je het wisselgeld.

WITTE TABEL

De witte tabel gebruik je tijdens het berekenen van loon of salaris. Het is de loonbelastingtabel die je toepast bij loon uit tegenwoordige arbeid.

Z-AFSLAG

De z-afslag is de eindrapportage na het uitlezen van het kassasysteem aan het einde van een werkdag. De tussentijdse afslag wordt een x-afslag genoemd. De z-afslag is definitief en betekent dat je de volgende werkdag de kassa weer opnieuw gebruikt met een nieuwe beginvoorraad aan wisselgeld. Voor controledoeleinden wordt elke z-afslag goed bewaard.